Donderdag 3 september 2015
Llandudno – Snowdon – Llandudno
Om zeven uur staan we op en om halfacht genieten we het ontbijt. Opnieuw doe ik rustig aan, gisteravond toch heel wat – ook de frietjes waren erg lekker – genuttigd.
We doen zoals elke dag inkopen bij de M & S. De kassa’s (zeker een stuk of zes) zijn onbemensd. Je moet je boodschappen hier zelf scannen en afrekenen. Dat is een brug te ver voor ons, gelukkig is er iemand die ons helpt. Deze man kent ons al!
Om half tien stappen we in de bus. Het regent en het is zwaar bewolkt. Vandaag waait de regen niet meer over en in de bus trekken we onze regenkleding vast aan.
Even na half elf zijn we bij Pen y Pass. Er is hier een restaurant en er zijn toiletten. En er hangt een kaart. En een weerbericht. Dat ziet er niet al te best uit.
We zijn hier in het Snowdonia National park. Het is het eerste van de drie nationale parken in Wales en geopend in 1951.
Een handwijzer, wij gaan de PYG track lopen, met dien verstande dat wij (in principe) een andere track terug lopen.
Om elf uur gaan we van start. Het begin van het pad is geasfalteerd.
Dat asfalt duurt nog geen twee minuten, hier begint het echte werk.
Nog een waarschuwing van de Warden, weet waar je aan begint!
OK, ik sta hier op 396 meter hoogte en ik wil naar 1085 meter hoogte. Het gaat tamelijk steil omhoog, soms over trappen. Daar beneden ligt de asfaltweg, daar zijn we gestart.
En daar is de top!
Zoals gezegd, het is steil. Er liggen grote keien vaak opgevuld met keitjes. Op sommige stukken gaat het trapsgewijs omhoog. Iedereen loopt zijn eigen tempo. Om je heen kijken – lopend kijken is niet verstandig – en foto’s maken kost tijd. De groep ligt al snel een eind uit elkaar, maar ik kan ze redelijk bijhouden.
Het is zo’n 12 graden in de plus en er staat een frisse wind. Boomloos is het hier, dus beschutting is er niet. ’t Is wel droog, dat is een meevaller. Ik ben blij dat ik mijn regenpak aanheb, dat geeft beschutting tegen de wind. In de verte ligt een meer en heel in de diepte zie ik de asfaltweg.
We zijn nu ruim een half uur aan het klimmen en hier gaat het wat minder steil omhoog.
Soms is het even zoeken naar de handigste manier om vooruit te komen.
Deze keien hebben ze in het verleden toch netjes neergelegd.
Kijk, daar ligt één van de meren waar de andere helft van de groep omheen wandelt.
Het kan gewoon niet missen, het pad is goed zichtbaar en hier en daar is er markering.
Het wordt natuurlijk een heel ander verhaal als het door mist dichttrekt of gaat sneeuwen. Daarom ben ik blij met mijn GPS. Hij maakt een track en die kan ik zonder meer terug lopen. Dat heb ik toen op de Ben Nevis ook gedaan, deze berg staat bekend om zijn plotseling invallende mist.
Hier is het wat minder steil. In de verte zie ik de top. Aan het meer is te zien dat we toch weer een eind geklommen zijn.
Waar komt dat water vandaan? Van de regen zeker.
Hier dalen we een stuk. Daar ben ik niet blij mee, want je moet het straks weer goedmaken.
Dit is echt het pad. Het is een tikje glad, dus goed kijken waar je je voeten neerzet. Sowieso is goed schoeisel hier zeer belangrijk.
Ik denk dat deze berg keien hier met een helikopter is gedumpt om het pad te verbeteren.
Dit lijkt wel een kratermeer.
Daar – nauwelijks zichtbaar – loopt het pad. Het daalt iets en gaat dan weer geleidelijk stijgen. Het laatste stuk naar de pas is weer behoorlijk stijgen.
Dit is het pad, maar het is goed te doen. Sowieso ben ik blij met mijn wandelstokken.
Ik duw mezelf ermee omhoog en blijf makkelijker in evenwicht. Oeps, daar liggen de twee meren als ik achterom kijk. Soms trekt het even open, maar echt zonnig wordt het niet.
Het laatste stuk naar de pas is pittig.
Iemand is ermee begonnen om muntstukjes in dit stuk hout te drukken.
Tja, je kunt ook gewoon met de (stoom)trein naar boven. Wij doen weer moeilijk.
Inge heeft er nog zin in, maar dit is niet de top.
Het regent hier natuurlijk erg veel – tijdens onze reis valt het me erg mee – maar vandaar al die meren.
Het pad dat we gelopen hebben is redelijk te volgen in het terrein. En de twee meren zijn goed te zien.
Het laatste traject naar de top is weer pittig stijgen, maar rustig aan goed te doen. Dit (diesel)treintje is op weg omlaag.
Heeft iemand 112 gebeld? Of komt de heli zomaar een kijkje nemen?
De top!! ’t Is trouwens druk op de top. Gehaald, daar ben ik wel blij mee!
Is iemand zijn dochter vergeten? Ze is zeker met de trein gekomen. Het staat er echt, ‘Summit’, dus het is waar. Mijn GPS geeft 1.082 meter hoogte aan, dus het klopt vrij aardig. Mijn Suunto geeft op de top 1.126 meter aan, ook dat scheelt niet veel. Mijn GPS geeft aan dat ik 772 meter ben gestegen en 51 meter gedaald (vanaf de start). Het is precies kwart over twee, ik heb er dus 3 uur en een kwartier over gedaan.
De afstand is heen en weer 7 mijl oftewel 11,27 kilometer. Mijn GPS geeft 6.05 kilometer aan, dus dat klopt vrij aardig. Tot mijn verrassing is er hier een restaurant! Een beker koffie en de meegebrachte lunch gaat er wel in.
Na zo’n half uurtje pauze stappen we op. Het eerste deel lopen we hetzelfde pad omlaag. Kijk, daar is de top!
Daarna pakken we het Llanberis pad op. Deze route is iets langer (= 7,5 kilometer), maar stijgt/daalt geleidelijker. En bovendien is het een veel minder ‘heftig’ pad. Dalen gaat mij – tot heden – goed af.
Het uitzicht is onveranderlijk erg mooi. Het waait wel en het is fris, maar in elk geval droog.
Zoals gezegd, dalen gaat mij goed af en zeker over een redelijk pad. Toch goed uitkijken, een val over een uitstekend steentje is zo gemaakt.
Tja, zo’n treintje, dat zou verboden moeten worden.
Daar loopt dat meisje! Ik wacht even en inderdaad, ze is helemaal naar boven gelopen (op haar regenlaarzen) en loopt omlaag alsof het niets is. Ze is 5 (vijf) jaar oud! Nou, een echte bikkel.
Ze houden hier waarschijnlijk schapen, vandaar deze overstap.
In de verte ligt LLanberis, het schiet op.
De markering kan niet missen, hier begint (en eindigt) het Llanberis Path.
Over asfalt lopen we naar Llanberis.
Typisch Engelse huizen trouwens.
OK, we zijn er. Mijn GPS geeft aan dat ik hier op 105 meter hoogte sta en dat we in totaal 1.038 meter gedaald zijn. Het is kwart over vijf en de bus staat op ons te wachten.
We hebben toch vlot gedaald in twee uur en een kwartier! Maar gepauzeerd onderweg hadden we nauwelijks, alleen een paar keer gestopt om wat te drinken.
Ook nu weer de track. Sowieso hebben we een prachtige wandeling achter de rug, echt het ‘hoogtepunt’ van deze reis. Onderweg vertelt Inge het plan voor morgen. Het betreft een wandeling (het moet ook niet gekker worden) van een kilometer of 17 rond de tweeling-meren Geirionydd en Crafnant. Als we lief zijn is er de gelegenheid om onderweg een restaurant te bezoeken. Onderweg gaan we picknicken en aan het eind bezoeken we een wolfabriek. Dat lijkt me interessant om te zien hoe wol in een fabriek gemaakt wordt. Er staat ongeveer 4.30 uur voor en het hoogteverschil is 347 meter. Uiteraard vertrekken we weer om half tien.
Om kwart over zes zijn we in ons hotel. We hebben allebei ‘moeie’ voeten (geen blessures gelukkig). We besluiten in ons hotel te eten. Snel gaan we onder de douche en kleden ons om. Om zeven uur zitten we aan tafel.
We beginnen met groentesoep met brood. Dat gaat er wel in na zo’n wandeling! Daarna kip met warme groenten en frites (dat noemen ze hier trouwens ‘chips’).
De begeleidende wijn was zeker verlegen, want ik zie het glas niet terug op de foto.
Een dessert blieven we niet. We zijn in totaal £20,- kwijt, dat is geen geld natuurlijk. Op de kamer bereiden we nog een beker thee en daarna gaan we te bed.