Zondag 22 juni 2014
Nice – Drap – Monaco – Nice
Om zeven uur sta ik op en om half acht zit ik aan het ontbijt. Dit keer in de tuin, want het is opnieuw prachtig weer. Ik hoop dat het vandaag niet al te warm wordt. Overigens, ‘tuin’ is toch niet geheel op zijn plaats. Eigenlijk is het de parkeerplaats van het hotel, maar de palm en de oleanders staan er prachtig bij. Om half negen lopen we naar het station. Ook vandaag gaan we met de bus naar Drap.
In Drap – eigenlijk ligt het station in Cantaron, want Drap ligt aan gene zijde van de rivier de Var – steken we de brug over de verkeersweg en daarna de Var zelf over. Dit keer lopen we in oostelijke richting en het plan is om over de GR51 naar Monaco te lopen. Een handwijzer, we lopen om te beginnen naar het Plateau Tercier.
Eerst moeten we een stukje zuidwaarts en lopen in Drap langs de kerk.
We drinken in een rokerig café annex restaurant een espresso en een cola (voor de dorst). Mijn hoogtemeter geeft 117 meter aan en het is 23 graden in de plus.
Tegen tienen gaan we echt op pad en iets voorbij het café slaan we linksaf. Zoals gebruikelijk staat er hier een kruis – dit keer zonder beeld – om ons te waarschuwen. Voor de trap waarschijnlijk. Al snel gaan we over op asfalt.
We zijn inmiddels al wat gestegen – gelukkig niet al te fors – onder ons ligt Drap en verderop Cantaron.
Het is zondag vandaag, maar dat belet deze man niet om de rietmat vast te zetten. Hij heeft ongetwijfeld dispensatie (net zoals wij).
Een handwijzer. Het klopt, na het Plateau de Tercier komen de dorpjes Spraès en La Gorra.
Dit zie je wel vaker. Veelal bouwen ze elk jaar een stukje verder, maar hier staat de bouw al vele jaren stil. Het pand bevat weinig ramen of zijn ze dichtgemetseld?
Hier gaan we over op een geitenpad om een asfalthaarspeldbocht af te snijden. Dit gaan we vaker doen. Soms is het geitenpad min of meer dichtgegroeid met doornig spul. Ik ben blij dat ik een lange broek draag.
Zo nu en dan passeren we wat huizen en hier staan er een paar bij elkaar. Kijk, een bron en als ik de drukknop bedien komt er een geweldige hoeveelheid steenkoud water uit. Gebruikt de brandweer deze bron om de brandslang aan te sluiten? Ik drink een litertje water en maak meteen mijn hoed doornat. Dat koelt lekker af!
We staan hier op de driesprong. La Trinité is een stad zuidwestelijk gelegen. Wij gaan verder naar het Plateau.
Op het Plateau de Tercier zijn we nu zo ongeveer aangeland. Het stijgt nog wel wat door.
Het is twaalf uur en de bewolking is wat toegenomen. Nevelig is het ook.
Op zich ben ik wel blij dat het bewolkt is, als je hier in de volle zon loopt, kan de temperatuur goed oplopen.
Zo te zien is daar een kalksteengroeve.
Een dorpje en daarachter een brug. Is dat Laghet?
We lopen min of meer langs de groeve. Mergel misschien? Of is dat hetzelfde als kalksteen?
Even na enen lopen we het dorpje Spraès in. Best wel een mooi hek, alleen niet zo uitnodigend.
Ik ga even op een paaltje zitten, verder is er niets. We bevinden ons hier op 446 meter hoogte. Overal blaffen honden (vanachter de hekken). Wel zo gezellig. Een blondine met een hautaine blik in haar ogen opent het elektrisch bediende hek en schuift haar four-wheel naar binnen. Daarna gaat het hek weer dicht. Een colaatje kon er zeker niet vanaf. ‘Zwervers’, zal ze wel gedacht hebben. De zon is er weer door, het is bijna 30 graden in de plus. We gaan maar weer verder. Iets verder heeft iemand zijn afdankertje geparkeerd.
We stijgen naar 556 meter hoogte.
We lopen in de min of meer bewoonde wereld, dat is te zien aan het asfalt.
Van de villa valt niet zoveel te zien, maar ik neem aan dat het uitzicht heel redelijk is. De palmen staan er goed bij en ik zie een zwembad door de struiken schemeren.
Tegen tweeën staan we op de Col de Guerre op 557 meter hoogte. Het onderste bord is voor ons. We lopen naar La Turbie, dat is hier niet zo ver vandaan. We verlaten hier de GR51 en gaan verder over de GR51B.
Ik dacht dat we vanaf nu zouden dalen, maar over een keiig pad gaat het verder omhoog.
Na omstandig klauteren bereiken we om kwart over twee de top. We bevinden ons hier op 617 meter hoogte en kijken over Monaco uit. Dit moet de Mont de la Bataille zijn, in het verleden is hier ongetwijfeld hevig gevochten.
Ik zoom in naar de haven. Er ligt een cruiseschip en buitengaats een schoener. Dat ding zal wel van een rijke Arabier zijn. In het verleden heb ik Monaco vele malen bezocht. Niet dat er nu zo vreselijk veel te zien is, maar het is een bizar stukje grond.
OK, we dalen vanaf hier steil af over een goed begaanbaar pad. Dat moet de plaats La Turbie zijn. Daar ben ik nog nooit geweest. Wat is dat voor een monument?
We dalen constant en het monument komt steeds beter in beeld.
Een historische wasserette. Mooi opgeknapt en voorzien van mooie muurschilderingen.
Om kwart over drie lopen we La Turbie in.
Kijk, een restaurant, een espresso gaat er wel in. Ze vragen €1,60 voor een espresso, dat is een vriendenprijsje.
Een bron, zo te zien een historische.
Het is hier – zo ver van Rome – een en al historie.
Hier liepen toentertijd dus de Romeinse keizer(s). Nou ja, ze zullen wel te paard of in een draagstoel hebben gezeten.
Mooi, informatie over het monument. Deze Trofee ter ere van keizer Augustus is in de jaren 7 – 6 voor onze jaartelling opgericht. Dit omdat keizer Augustus door veldtochten in de Alpen maar liefst 46 bergstammen had onderworpen. Daardoor werd het mogelijk om de Via Julia Augusta aan te leggen.
We lopen La Turbie uit en meteen gaan we verder over een geitenpad. Het daalt behoorlijk!
Monaco heeft maar liefst twee havens.
We zijn weer een heel stuk gedaald en gans Monaco ligt aan onze voeten. Monaco is slechts 2,02 vierkante kilometer groot, maar telt ruim 30.000 inwoners. Het is daarmee de dichtstbevolkte staat ter wereld. Dat het een belastingparadijs is en geen lid van de EU zal bekend zijn.
’t Is nog een klein stukje dalen en we zijn in Monaco.
Nou, we zijn er. Koop je een mooi appartement met zeezicht, zetten ze er een hoog appartementencomplex pal voor. Dat houdt mij een beetje tegen, maar ook is het vastgoed hier het duurste van Europa.
De parkjes, grasveldjes en bloemperkjes worden in Monaco tiptop verzorgd. Een propje papier zul je niet aantreffen. Waag het niet iets op straat te gooien, elke centimeter straat wordt met camera’s bewaakt.
Politie, die zie je op elke straathoek. Hier wordt iemand staande gehouden. Deze agenten zijn het strengst van heel Europa!
Je telt pas echt mee als je jacht niet in de haven past.
Je zult hier maar wonen! OK, Monaco is de veiligste stad ter wereld, maar ik zie me hier al op zo’n balkonnetje zitten.
Hm, de track van de GR51B op mijn GPS houdt ermee op. Vreemd dat ze die niet doorgetrokken hebben naar het station. Nu is het zoeken.
Waar is het station? Ik zie nergens een bovenleiding of rails. Wel een lift en een tunnel. Eerst lopen we de verkeerde kant uit, maar dan komen we terecht in de (ondergrondse) stationshal. Daarom zag ik geen bovenleiding of wat ook, het spoor is keurig weggewerkt. Het is halfzes en Menno ‘pint’ kaartjes. Na de stationshal wacht ons een roltrap. Het is wat lastig te zien, maar we gaan hier zeker 50 meter omlaag.
De bovenste is het, de trein van 17.45 uur naar Nice/Cannes.
Tjonge, dit station – Monaco Monte Carlo – is immens. Druk is het niet.
De trein, alleen die moeten we niet hebben.
We moeten nog een stukje verder zijn, daar staan volop mensen. Daar komt onze trein. Ik zie op mijn GPS dat we er ruim 24 kilometer hebben opzitten, 735 meter hebben gestegen en 809 meter hebben gedaald. Dat kan zo ongeveer kloppen als ik de kaart raadpleeg.
In een half uurtje sporen we naar Nice. In ons hotelletje ga ik eerst onder de douche, doe een wasje en bel zoals elke avond even naar Orchideetje.
Om half negen lopen we de stad in en onze blik valt op dit restaurant. Het interieur ziet er heel behoorlijk uit.
De bestelde pichet du vin rouge komt door evenals de Raita salade. Salade? Het is een saus met daarin fijngesneden groenten. Tja, dit had ik niet verwacht.
Er wordt een schaaltje brood neergezet gevolgd door de Tandoori kip. Dit gerecht is heel redelijk, maar niet om over naar huis te schrijven.
Als toetje nuttig ik een coupe Colonel. De bijgeschonken likeur is prima, het ijsje zelf valt een beetje tegen.
Ik reken maar liefst €40,- af.