Vrijdag 20 juni 2014
Saint-Jeannet – Colomars La Manda – Nice
Om acht uur sta ik op en om half negen zitten we aan het ontbijt (op het terras). Dit is het meest uitgebreide ontbijt tot nu. Er is een kaasplankje met heerlijke kazen, yoghurt, thee, jus, jam en brood zoveel je lust. Na de thee nuttig ik nog een beker koffie. Het valt mij op dat er hier nauwelijks vliegen zijn, de eerste dagen kwamen we er in om. Er staat hier wel meer (zee)wind, dat scheelt. Vandaag is het maar een kort traject tot Colomars La Manda aan de rivier de Var. Vandaar nemen we de trein naar Nice.
Na het ontbijt gaat Menno even zonnen op het balkon en ik ga even op bed liggen. Daarna pakken we in, bestellen nog een espresso en rekenen af. Ik ben €52,- kwijt voor de overnachting en het ontbijt.
Inmiddels is het al 27 graden in de plus. Zou ik hier willen wonen? Sowieso is het hier extreem duur.
Om twaalf uur gaan we op pad. Eerst lopen we door het dorp, we zijn er nu toch. Net buiten het dorp staat een handwijzer, Gattières, daar gaan we eerst naartoe.
Nog even een afscheidsfoto van Saint-Jeannet.
Vandaag voert de tocht voor een groot gedeelte door bebouwing. Deze cactus is hier duidelijk aangeplant.
Mooi wonen zo, maar pas op, er zit een heleboel onderhoud aan vast. Reserveer de nodige tonnetjes zodat je het onderhoud kunt uitbesteden. Kijk eens hoe mooi de agave’s en de palmen er bij staan!
Ook de buurman woont niet verkeerd.
En deze ook niet. Let wel, de mooiste panden staan uit het zicht van de passant.
De asfaltweg eindigt en gaat over in een geitenpad. Het klopt, dit is echt de GR51. Het gaat wel behoorlijk omhoog.
Soms hebben we even uitzicht.
Om één uur wordt het echt steil. Hier is door erosie het pad weggespoeld. Hier is het te gevaarlijk om verder te gaan.
We lopen terug tot we weer bijna in Saint-Jeannet zijn. Daar nemen we een asfaltweg die ook dood loopt. De volgende asfaltweg loopt wel door naar Gattières.
Dit kerkje behoeft enig onderhoud. Volgens mij lekt het dak. Ik was met villa’s bezig, nog maar eentje.
Tegen half drie lopen we Gattières in.
Daar ligt Gattières, maar linksonder ontwaar ik een restaurant.
Het blijkt een Brasserie, maar dat is hetzelfde. De uitbater staat al op ons te wachten.
Ik bestel een cola, daar durft de uitbater maar liefst €3,30 voor te vragen. En dat voor een klein flesje!
Het is 25 graden in de plus, er staat een beetje wind, dus prima wandelweer.
Daar ligt de rivier de Var. Daar moeten we heen. Het is nog een heel stuk dalen, maar daar heb ik geen moeite mee. Een handwijzer. We moeten de Pont de la Manda oversteken, dan zijn we er. Colomars ligt een stuk verder.
Als besluit krijgen we een sterk dalend keienpad te verwerken.
Dit is ook één van de vele Pelgrimsroutes, die naar Santiago de Compostella leiden.
Hier is het keienpad een beetje vochtig, maar we naderen tenslotte een rivier.
Zoveel bruggen over de Var zijn er niet, dus alle verkeer moet over deze asfaltweg.
En dit is de brug, degelijk vakwerk.
En dit is de rivier de Var, het stroomt behoorlijk.
Om kwart over vier staan we op het stationnetje Colomars La Manda.
Hoe laat gaat de trein? Trek er maar een half uurtje voor uit om dit bord te bestuderen.
Hier gaat het om, de rest is bijzaak. Om 16.25 uur dus, dat is mooi getimed!
Daar komt ‘ie. Waarom gaat die man in dat rode T-shirt er nu precies voor staan?
De conducteur (tevens machinist en stoker) komt langs en ik reken €3,10 af. In een half uurtje boemelen we naar Terminus (= eindpunt). Het is hier 33 graden in de plus en we bevinden ons op 88 meter hoogte. Menno kijkt vast welke trein we morgen moeten hebben.
Het is nog een kwartiertje lopen naar ons hotel (lees:hostel) La Belle Meunière (http://bellemeuniere.com/pages%20gb/accueilgb.html).
Goedkoper overnachten in Nice kan bijna niet. We verblijven hier vijf nachten, dus tot het eind van de reis. De resterende wandelingen doen we vanuit Nice. Overnachtingsmogelijkheden richting Monaco (Menton) zijn er niet of nauwelijks (of extreem duur). De jongedame in de receptie wil boter bij de vis, we moeten vooruit betalen. €385,- voor ons beiden bedraagt de schade. Ik moet straks maar even pinnen, ik raak aardig door mijn Euro’s heen.
Ik pak mijn rugzak uit, ga onder de douche en doe een wasje. Ik ben door mijn yoghurt, honing en frisdrank heen. ‘Twee straten verder en dan linksaf is een alimentation’, vertelt de receptioniste. Het klopt, het is trouwens druk op straat. Met mijn boodschappen loop ik terug naar het hotel.
Zullen we eens kijken waar we kunnen eten? Richting station zien we niets en daarna lopen we richting centrum. Daar zijn meer mogelijkheden. We zien een Afrikaans restaurant. Dat gaan we proberen. Het heet: ‘Chez Marie-Ange’. De menukaart ziet er betaalbaar uit.
Hm, het interieur is wat gedateerd.
Ik heb een rundvlees spies besteld en deze wordt begeleid met salade, gebakken banaan, een portie fijn-gesneden tomaat/groente, een prutje en brood. Uiteraard een pichet du vin rouge. Alles smaakt prima inclusief de wijn.
De TV staat aan, dus we missen niets van het voetbal. Wie er spelen weet ik niet, maar dat mag de pret niet drukken. Als het voetballen is afgelopen gaat de Afrikaanse muziek aan, het is best een gezellige boel hier.
Ik besluit met een espresso. We bespreken het plan voor morgen. Er zijn al dagenlang treinstakingen aan de gang. Nu eens valt dit uit en en dan weer dat. Erg fijn! We kunnen dus beter het traject andersom lopen, dus starten in Drap. Naar Drap rijdt de SNCF (dat is dus onzeker) en vanaf Colomars La Manda rijdt de Chemins de fer de Provence. Zij zijn niet solidair met hun collega’s van de SNCF en daar ben ik wel blij mee.
We starten dus in Drap en lopen via Cantaron, Tourette-Levens, Aspremont naar Colomars la Manda. Daar nemen we dan de trein naar Nice.
Ik reken €23,- af, dat valt bepaald mee. Menno wil vast tickets kopen naar Drap, dan hebben we die vast. Tickets moet je uit een van de automaten trekken in de hal, de loketten zijn er alleen voor inlichtingen. Nou, sterkte! Voor het station beginnen vele tientallen (Afrikaanse?) jongemannen hun (slaap)plekje voor de nacht uit te zoeken. Wat zijn dit voor lui? Wat moet ik hier nu van denken?
Als we terug lopen naar ons hotel… BRAND!!
OK, het is een ander hotel, maar toch.
Het is niet uit nieuwsgierigheid, maar in ons appartementencomplex ben ik één van de (brand)veiligheidsfunctionarissen. Als ik wat kan leren, dan graag. Ik zie geen rook en geen vlammen. Hotelgasten lopen gewoon in en uit. Is het soms een oefening?
De brandweermannen trekken hun brandwerende kleding uit en pakken in. Om kart over negen zijn we op de kamer.